TOELICHTING PROGRAMMA FRANCESCA AJOSSA
Dit programma verkent de verschillende werelden van het orgel: als klavierinstrument, als verlenging van de menselijke stem, als drager van dans en beweging en als complexe klankmachine. De toetsen vormen de rode draad door alle werken heen maar niet alle muziek is oorspronkelijk gedacht vanuit het orgel. Bachs Triosonate IV vindt zijn inspiratie in de kamermuziek en de dialoog tussen verschillende instrumenten , terwijl zijn Suite in c klein teruggrijpt naar de wereld van de luit en de dansvormen van de barok.
Bij Buxtehudes Toccata in d klein staat het klaverinstrument centraal terwijl Mozarts Fantasie in f klein opent dan weer een andere wereld: geschreven voor een mechanisch orgel, laat het horen hoe het instrument ook als een muzikale machine kan functioneren. In Heillers koraalbewerking op “Sorrig og glaede” keert de menselijke stem terug als inspiratiebron en de Tanztoccata brengt het lichaam en zijn ritmes weer centraal.
Zo ontstaat een programma waarin toetsen, stemmen, dans en machines elkaar ontmoeten en waarin het orgel telkens opnieuw een andere identiteit krijgt.
| Dietrich Buxtehude (1637-1707) | Toccata d-moll, BuxWV155 Ach Gott und Herr, BuxWV 177 |
| Johann Sebastian Bach (1685-1750) | Triosonate IV, BWV 528 – Adagio / Vivace – Andante – Un poco allegro |
| Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791) | Fantasie F-moll, KV 608 |
| Johann Sebastian Bach | Uit de Suite in c klein, BWV 997 (transcr. R. Smits): – Prelude – Sarabande – Gigue |
| Anton Heiller 1923-1979) | Choralvorspiele zu Lieder des Dänischen Gesangbuchs: – Sorrig og glaede |
| Tanz-toccata |

